hoe financier je een woningaanpassing?

Op deze pagina vind je informatie over de twee manieren waarop je een woningaanpassing kunt krijgen. De eerste is een woonaanpassing aanvragen bij het Wmo-helpdesk (0800-0643). De tweede is bestaat uit zelf betalen. Deze pagina heeft uitsluitend betrekking op de financiering met hulp van de gemeente en de bijbehorende eigen bijdragen. Overigens zijn woningbouwcorporaties soms ook bereid om kleine aanpassingen zoals drempelverlaging te regelen.
Voor de financiering met eigen middelen geven we op een afzonderlijke pagina adviezen voor huiseigenaren over de manier waarop je middelen kunnen vrijmaken uit hun eigen woningbezit. Je kunt deze pagina bereiken door op de volgende knop te klikken:

financiering woningaanpassing uit eigen middelen

Woningaanpassing organiseren via WMO-helpdesk

We beginnen echter met het aanvragen van een woningaanpassing via de Wmo (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). Jette Bolle, beleidsadviseur Wmo bij de Gemeente Amsterdam heeft op 3 februari 2017 een presentatie gegeven, die je door het klikken op deze tekst kunt openen. Naar aanleiding van de vragen en discussie tijdens de bijeenkomst halen we een paar punten naar voren die de deelnemers belangrijk vonden.

 

Waarschuwing

Voor goed begrip is het belangrijk rekening te houden met het feit dat de presentatie gebaseerd is op de informatie uit de Wmo -verordening van de Gemeente Amsterdam, Nadere Regels op de website van de Gemeente Amsterdam zoals die op 3 februari  2017 bekend waren. Deze documenten worden soms gewijzigd en daarom is het van belang de actuele versie op de website te raadplegen. Er is ook een consumentvriendelijke website met een zoekfunctie. Die kun je raadplegen door te klikken op deze tekst. Bij vragen is het verstandig contact op te nemen met het Wmo -helpdesk (0800-0643) of het Sociaal Loket (020-255 2916).

Verder moet je ermee rekening houden dat de informatie op deze website pagina van algemene aard is. Dat wil zeggen dat je eigen situatie soms zo sterk kan afwijken van het ‘gemiddelde’ dat andere oplossingen of aanpassingen meer voor de hand liggen.

Advies

Voor woningaanpassingen die uit de Wmo betaald worden geldt een eigen bijdrage, waarvan het maximum afhankelijk is van het inkomen, het vermogen en de samenstelling van het huishouden. Op de website van de gemeente over de eigen bijdrage (op voorgaande tekst klikken svp) vind je informatie over de opbouw van de eigen bijdrage, de kosten die de gemeente via de eigen bijdrage in rekening brengt, en de weblink naar het CAK (Centraal Administratie Kantoor).   Dit laatste kantoor is verantwoordelijk voor de inning van de eigen bijdrage. Voor woningaanpassingen geldt echter dat de eigen bijdrage net zo lang wordt ingehouden totdat de kosten die de gemeente maakt voor de woningaanpassing zijn ‘afbetaald’. Als de Wmo-voorziening in natura (= gemeente zorgt zelf voor de plaatsing/aanpassing) wordt verstrekt, zijn die kosten in het algemeen lager dan wanneer je het zelf zou doen. Niettemin is het verstandig om naast het Wmo-traject vooraf ook uit te zoeken wat het resultaat is van het zelf regelen en betalen. Dan kun je in alle rust de twee resultaten (via Wmo of uit eigen middelen) tegenover elkaar afwegen.

Als je een positieve beschikking hebt gekregen voor een woningaanpassing of voorziening vanuit de Wmo dan worden eerst de kosten van de voorziening aan de aanvrager voorgelegd. Met dat bedrag kan je bij CAK inschatten hoe hoog de bijdrage wordt. De klant krijgt dan 10 werkdagen bedenktijd. De gemeente geeft pas opdracht voor de aanpassingen na definitief akkoord van de klant. Zodat hier geen onduidelijkheden over ontstaan.

Afwegingskader voor Wmo-voorziening voor woningaanpassingen

De Wmo stelt gemeenten in staat om ervoor te zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Deze wet stelt echter wel kaders waaraan de gemeente zich te houden heeft. Dat neemt niet weg dat de Wmo-regelgeving niet overal hetzelfde is. Wat in Monnickendam geldt, hoeft dus niet waar te zijn voor Amsterdam.

Bij de aanvraag bij de WMO-helpdesk moet je rekening houden met een paar belangrijke afwegingen die de gemeente hanteert:

  • Woningaanpassingen die meer kosten dan € 6100 worden in het algemeen niet gehonoreerd. In dat geval zal de aanvrager een andere, meer geschikte woning moeten gaan zoeken of de kosten zelf opvangen. Bij een verhuizing komt de aanvrager vaak in aanmerking voor een tegemoetkoming voor de verhuiskosten.
  • Kleine aanpassingen die je eigenlijk zelf zou moeten kunnen regelen worden door de gemeente niet gesubsidieerd. Denk aan beugels in huis aanbrengen, of een los douchestoeltje. Die kun je beter zelf kopen is het devies. Dingen die weliswaar klein zijn, maar niet zo makkelijk zijn te regelen, kun je vaak met een verklaring van de arts of de thuiszorg zonder indicatieadvies geregeld krijgen. Denk aan het wegnemen van drempels in huis of een douchezitje dat in de muur van de badcel moet worden aangebracht.
  • Grotere woningaanpassingen die minder kosten dan € 6.100 zoals een traplift, een aanpassing van de keuken of de badkamer moeten beoordeeld worden in een “indicatieadviesgesprek” (het keukentafelgesprek). In dat gesprek wordt de gehele persoonlijke situatie bekeken. Dus bijvoorbeeld ook of die ene aangevraagde voorziening voldoende is of dat er meer aanpassingen nodig zijn of worden. De gevraagde aanpassing wordt ook beoordeeld op duurzaamheid en veiligheid.

Dit zijn slechts enkele afwegingen die van belang zijn. Het afwegingskader is echter breder, dus in de praktijk kunnen zich toch verrassingen voordoen. Hieronder geven we een aantal aandachtspunten voor de gang van zaken rond een aanvraag.

Aandachtspunten

  • Maatwerkvoorzieningen komen altijd tot stand op basis van een indicatie, die je kunt aanvragen bij het Wmo-helpdesk (0800-0643). Als je nog onzeker bent over wat je nodig hebt, kun je ook terecht bij het Sociaal Loket van de gemeente (020-255 2916). Vraag altijd een persoonlijk gesprek aan bij het Loket aan als je het gevoel hebt dat je niet helemaal begrepen wordt. Bij de indicatiegesprekken kun je je ook laten vergezellen door één van de vrijwilligers van de burenhulp van Stadsdorp Wetering+ (020-737 0092) of de cliëntondersteuners van MEE Amstel en Zaan (020-512 7272) of Cliëntenbelang Amsterdam (020- 57 77999).
  • Als je uiteindelijk een aanvraag bij het WMO-loket hebt gedaan, zal het Indicatieadviesbureau Amsterdam een indicatieadviesgesprek ( dat is het zogenaamde ‘keukentafelgesprek’) met je gaan voeren. Dat gesprek vindt normaal gesproken plaats bij je thuis als het om woonruimteaanpassingen gaat omdat men de situatie wil bekijken.  Ook hierbij kun je je laten vergezellen door één van onze burenhulp-vrijwilligers of de cliëntondersteuners die we hierboven hebben genoemd.
  • Bij vragen over verhuizen versus aanpassen in verband met de kosten gaat het meestal over grote aanpassingen. De bovengrens door de gemeente vastgesteld op € 6.100 . Deze grens heeft onder meer tot gevolg dat trapliften meestal niet over meer dan één verdieping worden verstrekt. Persoonlijke omstandigheden kunnen aanleiding geven tot afwijken van de bovengrens.
  • De kosten die de gemeente hanteert zijn vaak lager dan wanneer je het zelf zou uitvoeren. Zo rekent de gemeente bij trapliften de laagste prijs ongeacht de aanbieder en er wordt een lagere prijs berekend voor tweedehands trapliften. Bovendien zorgt de gemeente voor het onderhoud. Bij zelf geplaatste trapliften ben je zelf verantwoordelijk voor het onderhoud.
  • Als je – na een indicatie verkregen te hebben – in aanmerking wenst te komen voor een PGB is het van belang dat je gezondheidstoestand redelijkerwijs binnen vijf jaar niet ingrijpend zal veranderen. Of er wel of niet een PGB wordt verstrekt is afhankelijk van de omstandigheden. Geef dit bij de aanvraag en het keukentafelgesprek aan.
  • Bij overlijden of verhuizen stopt de voorziening. Trapliften worden dan weer ingenomen. Overige nagelvaste voorzieningen blijven meestal achter. Neem bij dit soort gevallen contact op met het Wmo-helpdesk.